Wat Nederlanders zelf eten
Ontbijt en lunch zijn vaak brood, kaas, hagelslag of beleg. De warme maaltijd zit ’s avonds: aardappelen, groente, vlees of vis — of steeds vaker een wereldkeuken. Dat klinkt eenvoudig, en dat is het ook. De trots zit in producten: Goudse en Leidse kaas, haring in mei, asperges uit Limburg, Brabantse worstenbroodjes, Zeeuwse mosselen.
Op straat telt de snackbar. Bitterballen, kroketten, friet met mayonaise. Poffertjes en stroopwafels zijn zoet bewijs dat Nederland suiker niet schuwt. Een verse stroopwafel op de markt, nog warm van het wafelijzer, is beter dan elke verpakte variant.
Invloeden van ver
De Indische keuken — rijsttafel, saté, sambal, nasi, bami — is diep verweven met de Nederlandse eetcultuur. Surinaamse, Turkse, Marokkaanse en Chinese keukens horen bij de grote steden. Rotterdam en Amsterdam zijn daar het meest vanzelfsprekend in; Maastricht leunt naar het zuiden, met vlaai en Bourgondische avonden.
Drinken
Koffie is een ritueel, vaak met een koekje. Thee evenzeer. Bier loopt van pils tot een sterke craft-scene in steden als Amsterdam, Utrecht en Eindhoven. Jenever is de oude spirit. Op terrassen drinkt men in de lente als de eerste zon verschijnt, ook als het 12 graden is. Dat is cultuur, geen meteorologie.
Eetadvies voor reizigers: reserveer in populaire steden in het weekend, probeer een kaasboer in plaats van alleen de souvenirwinkel, en eet haring bij een viskraam, niet uit een blik. Combineer het met een fietstocht uit onze reisgids.